Iedereen kent wel een versie van deze oude grap: "When drums stop, bass solo begins". De bassolo zou wel eens de Slim Jim™ (noot van vertaler: een Amerikaanse snack met vleessmaak) van de muziekwereld kunnen zijn: je luistert er graag naar of je haat het zo erg dat je overweegt om een granaat naar de basversterker te smijten van zodra de solo start. Als bassist heb ik tijdens mijn carriere al veel nagedacht over dit dilemma. Waarom bekijken er zoveel mensen bassolo's als een soort reclameblok tussen muzikale episodes? Ik kan je niet vertellen hoe vaak ik al bands ging bekijken en constateerde dat het publiek tijdens de bassolo begon te praten, drankjes begon te bestellen, naar de wc gingen - alles behalve naar de solo luisteren. Natuurlijk gebeurt dit nooit wanneer ik soleer (zei hij sarcastisch), maar je begrijpt wat ik bedoel. Misschien is het omdat wij, bassisten, samen met onze band-leden, onze solo's niet in hetzelfde licht bekijken als de solo's van andere instrumentalisten. En, als dat waar is, dan komt dit ook zo over bij het publiek. Ik heb vroeger talloze bassolo's gezien. Eén ding dat me vaak opviel, is dat de bassist wel lijkt voor zichzelf te spelen en niet voor het publiek. De solo heeft niets te maken met het nummer; het gaat over vlammende vingerloopjes en andere "kijk naar mij" trukjes. Als tegengewicht tegen deze "hier ben ik" houding, zou ik je een verhaal willen vertellen over de simpelste en meest effectieve bassolo die ik ooit hoorde. Nee, het was er geen van mezelf en de namen in het verhaal zijn gewijzigd om de onschuldigen te beschermen. Ik ging twee vrienden beluisteren op een concert, twee jaar geleden. Ze waren drummer en bassist van een succesrijke plaatselijke band die een soort ruwe punk-rock speelde. Er waren ongeveer 2500 toeschouwers aanwezig, en omdat ze headliner waren, duurde hun set meer dan twee uur. Het laatste nummer, medium-snel, had een zware baslijn met achtste noten, ondersteund door de basis rock drumbeat - basdrum op 1 en 3, snare op 2 en 4: Boom Crack Boom Crack B-Boom Crack Boom Crack Redelijk recht maar geslaagd door de intensiteit, en het publiek vreet het als zoete broodjes. Na een gitaarsolo, een derde vers en strofe, en een andere gitaarsolo, is het eindelijk de beurt aan de basist. Iedereen stopt behalve de drums. Grote intro door de zanger, alles zoals het hoort. De zanger wijst naar Mike op de goeie downbeat, alle lichten dimmen behalve een spot voor Mike en een gedempte spot op de drummer (Joey). En Mikey stopt, samen met de rest van de band... iedereen behalve de drums, die blijven spelen, alhoewel Joey (en de rest van de band) verward is. Terwijl hij naar de rand van het podium stapt, neemt Mike zijn Rockgod Pose nr.24 aan - voeten gespreid, bedreigende blik die tussen tonnen haar naar buiten gluurt. Hij grijpt de nek van zijn bas in de linkerhand en heft ze, samen met zijn rechterhand, naar het plafond. Het publiek wordt gek. Mike houdt even deze pose aan, rondspiedend naar het publiek. Hij ziet iets wat de moeite is om naar te wijzen, en doet dan dan ook met overtuiging. De toeschouwers die zich in het verlengde van zijn wijzende hand bevinden worden wild. Hij laat zijn handen zakken en slentert over het podium, zoekend naar iemand anders om naar te wijzen. Elke keer dat hij dit doet, stijgt de intensiteit van de reactie van het publiek. Joey zit achteraan en houdt zijn beat aan met volle overtuiging. De ene keer dat hij een kleine drumfill probeert, krijgt hij van Mike een doemblik: "Doe dat niet! Dit is MIJN solo". Dus Joey speelt zo recht als hij kan en twee minuten in de solo heeft Mike nog geen noot gespeeld. Maar het publiek gaat uit hun dak. Uiteindelijk, wanneer hij net in het midden van het podium staat, begint Mike een lage E te spelen: THUD! (twee drie vier) Th-THUD! (twee drie vier) Het publiek schreeuwt zo luid dat de drums bijna niet meer te horen zijn. Mike gaat door, snaren plukkend enkel op de downbeats, met de looks van de dondergod. Wanneer Mike even naar Joey kijkt, kijkt Joey terug alsof hij lijkt te zeggen: "wel, goed... wanneer komt nu de solo?" Waarop Mike antwoord met een blik van, "dit IS mijn solo". THUD! Th-THUD! Het publiek gaat compleet uit de bol, ze staan op het punt om de zetels uit te rukken en in brand te steken. Uiteindelijk, na een laatste dreigende blik en een laatste THUD, speelt Mike een reeks achtste noten die begint op de lage grens van het gehoor en die in crescendo naar de limiet van zijn basversterker toewerken om zo de band terug naar het refrein te brengen. De lichtshow komt weer tot leven, de pyrotechnics doen hun werk en je zou bijna gedacht hebben dat je getuige was van het einde van de wereld. De hele zaal schudt van het springen en schreeuwen en aanmoedigen van het publiek - het is zo luid dat je de band amper nog kan horen. En we spreken hier van een band die op Ramones-level zit qua volume. Later, na het optreden, was de backstage gevuld met mensen. En je kon urenlang niet bij Mike geraken omdat iedereen die gast wou ontmoeten die de zaal deed ontploffen met een lage E op de downbeat, een 'attitude', en niets meer dan dat. Het was misschien geen indrukwekkende vertoning van vingerloopjes, of muziektheorie, of eender wat. Maar kerel, dat was een bassolo! ©2004 - Lane Baldwin, Trnaslation by Tom Van den Brandt, Leuven, Belgium |